Kostenaspecten van waterstof in de gebouwde omgeving

De kale prijs van waterstof ligt per joule hoger dan die van aardgas (zie pagina Rol van waterstof in de verwarming van huizen), maar daar staat tegenover dat een forse ombouw van de woning (vloerverwarming, verregaande isolatie) niet direct noodzakelijk is. Waterstof is dan goedkoper doordat de verregaande isolatie en ombouw van een woning voor full-electric bij veel oudere woningen geen optie is: veel te duur of technisch niet uitvoerbaar. Aanleg van warmtenetten is vaak ook niet mogelijk of zeer kostbaar, zeker als de wijk al is gebouwd. In die gevallen zijn CO2-vrije gassen het alternatief; eventueel voor de piekvraag aan warmte met elektrische warmtepompen voor de basisverwarming.

Er zijn nog maar een paar proeven met waterstof in de gebouwde omgeving, zie op de pagina Rol van waterstof in de verwarming van huizen. Het valt dus nog niet te zeggen hoeveel waterstof voor verwarming gaat kosten voor de consument. Qua energiewaarde is waterstof niet goedkoper dan aardgas voor dezelfde warmteproductie, zoals TNO in 2020 berekent, maar dus wel emissievrij.

De komende jaren verwachten TNO en Stedin nog geen grootschalige toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving. Wel richting 2050, op plekken waar er anders zeer forse investeringen nodig zijn voor een nieuw warmtenet of voor het geschikt maken van woningen voor warmtepompen. Deze kosten kunnen immers tienduizenden euro’s per woning bedragen.