event 5 september 2018

Succesvol tweede netwerkevent van het H2 Platform – een terugblik

Het tweede netwerkevent van het H2 Platform is bijzonder informatief geweest. Net als op 14 december 2017 was de zaal met ruim 100 belangstellenden goed gevuld. Onder leiding van moderator Tjerk Wagenaar volgde een boeiende middag met aansprekende pitches en rake paneldiscussies.

Wapenfeiten H2 Platform

De voorzitter van het H2 Platform, Robert Dencher, trapte op 2 juli in de middag het tweede netwerkevet af en vertelde over de wapenfeiten van het H2 Platform in het eerste halfjaar van 2018. Het H2 Platform:

  • sloot het Convenant Samenwerking Duurzame Waterstofeconomie met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken en Klimaat;
  • droeg in belangrijke mate bij aan het loskomen van financiering voor negen extra water­stof­tankstations, waardoor de kip-ei problematiek binnenkort kan worden doorbroken (dan zijn vooral brandstofcelvoertuigen nodig!);
  • leverde een concrete investeringsagenda voor het stimuleren van zero emissie mobiliteit in het Klimaat- en Energieakkoord; en
  • publiceerde het 5 Punten Plan Waterstof over de brede rol van waterstof in onze toekomstige energievoorziening en economie, naar aanleiding van de Routekaart Waterstof van TKI Nieuw Gas.

Volgens Dencher zal het najaar van 2018 vooral in het teken staan van de implementatie in Nederland van de nieuwe EU ‘Renewable Energy Directive’ (RED II). Die implementatie zou in ieder geval de invoering van ‘hernieuwbare brandstof eenheden’ (HBE) moeten regelen, bij voorkeur in combinatie met een SDE+ (achtige) regeling, wat de productie van groene waterstof een duw in de juiste richting zou geven.

Panel Waterstof in de mobiliteit

Paul van Emmerik van Roteb Lease opende dit panel met een pitch over de inzet van zero emissie­voer­tuigen bij een gemeentelijke reinigingsdienst. Vooral als er veel energie op het reinigingsvoertuig nodig is, zoals bij containerlifters en veegwagens, komt waterstof als noodzakelijke optie naast batterij-elektrische voertuigen in beeld. Volgens Van Emmerik zal het wagenpark van Roteb tegen 2030 in hoofdzaak zero emissie zijn; vooral de beschikbaarheid van geschikte voertuigen is op de kortere termijn een vraagstuk dat getackeld moet worden.

Fabian Benschop van PitPoint pitchte over de realisatie van waterstoftankstations. Hij dankte de Rijksoverheid voor de recent vastgestelde ondersteuning vanuit de DKTI Transport regeling voor vier extra PitPoint waterstoftankstations, bovenop de bestaande PitPoint stations in Delfzijl, Antwerpen en Helmond. Die ondersteuning vanuit de overheid is in dit marktstadium onontbeerlijk om waterstofmobiliteit op gang te brengen, want bij gebrek aan voldoende voertuigen die komen tanken kunnen ondernemers waterstoftankstations nog niet op eigen kracht rendabel exploiteren.

Mark Belinfante van Hyundai gaf de laatste pitch in dit panel over de afzet van fuel cell electric vehicles – FCEV – in Nederland. Trots presenteerde hij de nieuwe Hyundia Nexo die niet alleen vooruitstrevend is vanwege de brandstofceltechnologie en zero emissie, maar bovendien de nieuwste technologieën aan boord heeft en als wereldwijd uithangbord fungeert voor wat Hyundai als autofabrikant vermag. De verkoopprijs in Nederland ligt juist onder de € 70.000,=.

Breaking news van Renault Nederland

Simon Smit van Renault Nederland bracht na afloop van het mobiliteitspanel breaking news: Renault ziet kansen voor waterstof en de Renault Kangoo ZE krijgt zowel in de korte als lange versie een uitvoering met een brandstofcel op waterstof vanaf het eerste kwartaal in 2019. Renault Nederland zoekt nu naar de eerste vijftig orders, vooruitlopend op verdere opschaling in de loop van 2019. Desgevraagd bevestigde Smit dat het hier een origineel OEM product betreft en niet gaat om de Symbio uitvoering van enige tijd geleden.

Panel Groene waterstof

Joost Sandberg trapte dit panel af met een toelichting op de groene waterstofproductie van AkzoNobel. Vervolgens brak hij een lans voor transparantie over de complete keten, zodat gebruikers die daar aan hechten zich verzekerd weten van ‘echte’ zero emissie waterstof. Een andere uitdaging is om groene waterstof ook goedkoop te maken. Sandberg wees hierbij op de rap dalende kosten van groene elektriciteit en dat het nu aan de producenten van waterstof is om – samen met gebruikers – te werken aan opschaling, zodat ook de kosten van groene waterstof kunnen gaan dalen.

Gerard Jägers van TaTa Steel presenteerde vier oplossingsrichtingen om de staalproductie te decarboniseren, waarbij de toepassing van waterstof als oplossingsrichting in het oog sprong. Jägers gaf daar direct bij aan dat de enorme energiebehoefte om staal te produceren – in Nederland 130 PJ per jaar – maakt dat een combinatie van alle oplossingsrichtingen voor decarbonisatie nodig zal zijn. Waterstof is één van de oplossingsrichtingen, maar niet het panacee voor alle kwalen.

Stijn van den Heuvel van Nuon Vattenfall sloot dit panel af vanuit de drijfveer van dit energiebedrijf om binnen één generatie fossielvrij te opereren. Van den Heuvel ging specifiek in op de toepassing van groene waterstof in de Magnum centrale: onze energievoorziening heeft nu en in de toekomst flexibiliteit nodig en onze relatief nieuwe gascentrales kunnen flexibiliteit leveren omdat ze relatief snel op- en af te schakelen zijn; door van fossiel gas over te stappen op gas uit her­nieuw­bare bron – zoals groene waterstof – kan flexibiliteit worden gewaarborgd op een duurzame manier. De toepassing van groene waterstof is nu nog wel relatief duur, maar dat is een kwestie van tijd en opschaling.

In dialoog met de zaal wees Jaap Hoogcarspel van Deltalinqs vervolgens op de toepassingsmogelijk­heden van blauwe waterstof, als wegbereider voor groene waterstof. Door aardgas te decarbonise­ren en de CO2 op te slaan of te hergebruiken kunnen al op korte termijn grote hoeveelheden blauwe waterstof worden gemaakt, als CO2 vrij alternatief voor de rechtstreekse verbranding van fossiel aardgas.

Panel Waterstof en de maakindustrie

Leonard Raymakers van HyET presenteerde dit innovatieve bedrijf dat zich richt op waterstofcom­pressie tot 1.000 bar met behulp van membraamtechnologie zonder bewegende delen, waarbij de waterstof tegelijkertijd wordt gezuiverd. Belangrijke voordelen van de techniek zijn de geruisloos­heid en onderhoudsvriendelijkheid. De techniek is toepasbaar in waterstoftankstations. De elektriciteits­efficiency ligt op dit moment nog hoger dan van mechanische compressiesystemen (ordegrootte 5 à 6 KWh per kilogram waterstof versus circa 2,5 KWh per kilogram).

Jaap Bolhuis van Siemens verzorgde de tweede pitch in dit panel. Na aanvankelijk vooral gericht geweest te zien op mobiliteit, richt Siemens zijn pijlen nu met name (ook) op de industrie om schaal te kunnen maken. Focus is het installeren van grote elektrolyse installaties bij aanlandingsplaatsen van hernieuwbare elektriciteit, in samenwerking met partners waaronder Gasunie en Nuon Vattenfall die kunnen zorgen voor opslag, transport en distributie (Gasunie) en/of afnemer van waterstof zijn (Nuon Vattenfall). Samenwerking is een kritische succesfactor om de waterstof­economie goed aan de praat te krijgen.

Rob Castien van Resato sloot dit panel af met zijn pitch over de hoge druk technologie die Resato levert aan de markt via vier producten: ‘Resato inside’ (waarbij Resato de compressie verzorgt in andermans tankstation), ‘Fleetownerstations’ (4 kg waterstof per uur, voldoende voor één FCEV), ‘Full size stations’ en ‘Test systemen’. Volgens Castien is de basistechniek uitontwikkeld en is het nu vooral een zaak van opschalen om de kosten naar beneden te krijgen en grootschalige uitrol mogelijk te maken.

Panel Waterstof infrastructuur en de transitie

Albert van der Molen van Stedin opende dit panel. Nederland gaat niet van het gas af, maar van het aardgas. Op gebiedsniveau moet goed gekeken worden naar het woningbestand en hoe dit bestand het meest effectief en efficiënt aardgasloos kan worden gemaakt. De toepassing van waterstof is daarbij één van de mogelijke oplossingen. Van der Molen wees op een studie van het KIWA die op uitkomen staat, ‘Toekomstbestendige gasdistributienetten’, waaruit blijkt dat volledige benutting voor waterstof tot de mogelijkheden behoort. In Stad aan het Haringvliet zal hier in de gebouwde omgeving ervaring mee worden opgedaan.

Jan Veijer van Gasunie pitchte als tweede in dit panel en wees op de focus van Gasunie op transport, conversie en opslag van gassen. Als we in 2030 stoppen met Slochteren gas rijst de vraag wat we doen met de bestaande aardgasleidingen infrastructuur. Naar verwachting van Gasunie zal rond 2050 40 à 50% van onze (hernieuwbare) energie in de vorm van elektriciteit worden getrans­por­teerd; de rest – 50 tot 60% – in de vorm van moleculen via het gasnet. Het is dus zaak de bestaande infrastructuur niet te verwaarlozen en daarin blijvend te investeren.

Robert Kleiburg sloot dit panel af met een pitch over zijn bedrijf Recoy dat zich presenteert als experts op het gebied van energie flexibiliteit voor grote energieverbruikers en eindconsumenten en zich onder andere richt op de opslag van hernieuwbare energie via waterstof. De flexibiliteit die waterstof het energiesysteem biedt heeft waarde in de vorm van kostenbesparing en risico­vermin­dering. Waterstof is overigens niet de enige flexibiliteitsoptie. Kleiburg noemde ook e-boilers en tuinders die flexibiliteit kunnen leveren.

In interactie met de zaal kwam de vraag naar toekomstige waterstofnetten aan de orde. Jaap Hoogcarspel van Deltalinqs vertelde dat de bestaande private / industriële netten volledig worden benut en geen ruimte bieden. Hij pleitte in het kader van de energietransitie voor een publiek open waterstof Gasunienet met ‘third party access’ en gereguleerde tarieven. Albert van der Molen van Stedin zei aanvullend dat de regionale netbeheerders nu gebonden zijn aan CH4 houdende gassen, maar dat dit naar de toekomst toe zal veranderen en waterstof erbij of voor in de plaats zal komen. Han Feenstra van het ministerie van EZK wees op een zojuist gepubliceerde verkenning van Ecorys in opdracht van EZK, naar de marktordening van het transport van waterstof in de bestaande en toekomstige markt.

Vanuit de zaal werd gevraagd naar de bijmenging van waterstof in het aardgasnet. Veijer van Gasunie zei dat er wettelijke limieten zijn, maar er technisch meer kan. Op Ameland is tot wel 30% waterstof bijgemengd. In algemene zin echter, noemde Veijer bijmenging een relatief laagwaardige toepassingsmogelijkheid van waterstof: “alsof je kaviaar in de tomatensoep stopt”.

Word lid van het H2 Platform

Voorzitter Robert Dencher en moderator Tjerk Wagenaar dankten alle sprekers voor de aansprekende pitches. Zij dankten ook alle aanwezigen voor hun komst en actieve bijdrage aan de discussie. De middag heeft voor Dencher andermaal bevestigd dat het breed tot ontwikkeling brengen van waterstof niet anders kan dan in samenwerking tussen een veelheid van private en publieke partijen. In dit verband riep hij bedrijven in de waterstofketen die dat nog niet zijn op, om lid te worden van het H2 Platform.

 

Hallo! Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke (functionele) en statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Die staan dus altijd aan. Veel plezier! Lees meer over onze cookies.